Wereldwijde vastgoed ETF vergelijken op rendement: 4 REIT ETF’s uitgelegd en gerangschikt
Wereldwijde vastgoed ETF vergelijken op rendement (4 fondsen, rang 4 tot 1)
Wanneer u indirect in vastgoed wilt beleggen zonder zelf panden te kopen of te beheren, komen beursgenoteerde REIT ETF’s vaak in beeld. Dit type ETF belegt in vastgoedbedrijven en REIT’s en keert doorgaans periodiek dividend uit, terwijl u tegelijk brede spreiding kunt realiseren.
In dit artikel vergelijken wij vier wereldwijde vastgoed ETF’s op basis van gerealiseerd rendement over een lange periode. Wij rangschikken de fondsen van 4 naar 1 op basis van de totale return over 10 jaar (dus inclusief herbelegde uitkeringen). Daarbij leggen wij per fonds uit hoe het werkt, wat het kost, hoe de spreiding eruitziet, wat de uitkeringskenmerken zijn en welke risico’s u nadrukkelijk meeweegt. Disclaimer: dit artikel bevat geen persoonlijk advies. Beleggen kent risico’s tot geldverlies.
Hoe wij rangschikken: waarom totale return en waarom 10 jaar
Voor vastgoedbeleggers die vooral stabiliteit en cashflow zoeken, is het belangrijk om rendement niet alleen als koersstijging te zien. Bij REIT ETF’s speelt dividend een grote rol. Daarom kijken wij naar totale return: koersrendement plus uitgekeerd dividend (TTM) over de periode.
Wij gebruiken de 10-jaars totale return uit de aangeleverde data en rangschikken van laag naar hoog. Let op dat historische rendementen niets garanderen voor de toekomst. Vastgoed beweegt vaak in cycli, en rente, inflatie, valuta en economische groei kunnen uitkomsten sterk beïnvloeden.
Overzicht: de vier populaire vastgoed ETF’s in één vergelijking
Hieronder ziet u de kerncijfers die wij verderop per fonds toelichten.
Fonds: IFGL
Focus: ontwikkelde landen buiten VS
Kostenratio: 0,48%
Dividendfrequentie: per kwartaal
Dividendrendement (TTM): 3,54%
AUM: 90,53 miljoen USD
Aantal posities: circa 290
Totale return 10 jaar: 39,06%
Fonds: RWO
Focus: wereldwijd (select global real estate)
Kostenratio: 0,50%
Dividendfrequentie: per kwartaal
Dividendrendement (TTM): 3,54%
AUM: 1,16 miljard USD
Aantal posities: 247
Totale return 10 jaar: 48,28%
Fonds: VNQI
Focus: wereldwijd buiten VS
Kostenratio: 0,12%
Dividendfrequentie: jaarlijks
Dividendrendement (TTM): 4,49%
AUM: 3,86 miljard USD
Aantal posities: 743
Totale return 10 jaar: 52,91%
Fonds: VNQ
Focus: VS vastgoed (REIT’s)
Kostenratio: 0,13%
Dividendfrequentie: per kwartaal
Dividendrendement (TTM): 3,88%
AUM: 64,03 miljard USD
Aantal posities: 167
Totale return 10 jaar: 75,26%
Rang 4: IFGL (iShares International Developed Real Estate ETF)
Rendement: waarom IFGL onderaan eindigt op 10 jaar
Op basis van de totale return over 10 jaar komt IFGL uit op 39,06%. Daarmee is dit de laagste lange termijn score van de vier fondsen in deze vergelijking.
Wat u koopt: ontwikkelde markten buiten de VS
IFGL volgt een index met vastgoedbedrijven in ontwikkelde niet-Amerikaanse markten. In de praktijk betekent dit dat uw rendement sterk samenhangt met de vastgoedcyclus in Europa, Japan, Australië en vergelijkbare regio’s, plus de ontwikkeling van de lokale valuta ten opzichte van de dollar (aangezien de notering in USD is).
Kosten, uitkering en schaal
De kostenratio ligt op 0,48%, wat relatief hoog is voor een passieve ETF. Het fonds is daarnaast klein in AUM (90,53 miljoen USD), wat in algemene zin kan betekenen dat liquiditeit en spreads minder gunstig zijn dan bij grotere fondsen. Het dividend wordt per kwartaal uitgekeerd en het dividendrendement (TTM) is 3,54%. Dat dividendrendement is een momentopname en kan veranderen door koersbewegingen en dividendbesluiten van onderliggende REIT’s.
Spreiding en concentratie
IFGL heeft circa 290 posities. De top 10 is samen ongeveer 28,64% van het fonds, wat betekent dat enkele grote posities een merkbare invloed hebben op het resultaat. Voorbeelden van grote posities zijn onder meer Goodman Group, Mitsui Fudosan en Mitsubishi Estate. Een dergelijke concentratie is niet per definitie slecht, maar het maakt het fonds minder “vlak” gespreid dan een zeer breed wereldfonds.
Belangrijkste risico’s voor vastgoedbeleggers
Bij IFGL spelen vooral drie risicofactoren: rentegevoeligheid (vastgoed is vaak gevoelig voor stijgende kapitaalmarktrentes), valutarisico (ontwikkelde ex-VS valuta) en regionale vastgoedcycli (Europa en Azië kunnen langere periodes achterblijven). Dit verklaart niet alles, maar het helpt wel om te begrijpen waarom lange termijn rendementen kunnen afwijken van Amerikaanse REIT’s.
Rang 3: RWO (SPDR Dow Jones Global Real Estate ETF)
Rendement: middenmoot, maar niet sterk genoeg voor top 2
RWO heeft een totale return van 48,28% over 10 jaar. Dat is hoger dan IFGL, maar lager dan VNQI en duidelijk lager dan VNQ.
Wat u koopt: wereldwijde vastgoedselectie met VS-gewicht
RWO belegt wereldwijd in vastgoedbedrijven en REIT’s. In de top 10 ziet u veel grote Amerikaanse namen terug, zoals Welltower, Prologis, Equinix, Simon Property Group, Realty Income en Digital Realty. Dit geeft het fonds een meer “globaal” label, maar met een duidelijke nadruk op grote, liquide Amerikaanse REIT’s.
Kosten, uitkering en schaal
De kostenratio is 0,50%, het hoogste niveau in deze vergelijking. Daar staat tegenover dat het fonds qua omvang aanzienlijk groter is dan IFGL (1,16 miljard USD), wat doorgaans helpt voor verhandelbaarheid. RWO keert per kwartaal uit en het dividendrendement (TTM) is 3,54%.
Spreiding en concentratie
RWO telt 247 posities. De top 10 weegt ongeveer 40,52% mee. Dat is een relatief hoge concentratie. In rustige markten kan dit bijdragen aan stabiliteit, maar in stressperiodes betekent het ook dat een beperkt aantal grote REIT’s het fonds sterk kan sturen.
Belangrijkste risico’s voor vastgoedbeleggers
RWO combineert renterisico met sectorspecifieke risico’s, omdat de topposities vaak in segmenten zitten zoals logistiek, datacenters, zorg en retail. Dit zijn vastgoedsegmenten met eigen dynamiek. Daarnaast blijft valuta een factor bij niet-Amerikaanse posities, al is het fonds in de praktijk sterk beïnvloed door de grote Amerikaanse holdings.
Rang 2: VNQI (Vanguard Global ex-U.S. Real Estate ETF)
Rendement: solide tweede plek, maar geen winnaar
VNQI komt uit op 52,91% totale return over 10 jaar. Dat is de op één na hoogste score in deze vergelijking.
Wat u koopt: wereldwijd vastgoed buiten de VS, zeer breed gespreid
VNQI belegt in een zeer breed mandje met ongeveer 743 posities. De top 10 weegt samen circa 22,10%, wat relatief laag is. Dat is een belangrijk verschil met IFGL en RWO: VNQI is duidelijk minder geconcentreerd. Grote posities zijn onder meer Goodman Group, Mitsui Fudosan, Mitsubishi Estate, Vonovia, Emaar Properties en Unibail-Rodamco-Westfield.
Kosten, uitkering en schaal
De kostenratio is 0,12%, wat laag is en in de praktijk helpt om meer rendement bij de belegger te laten. Ook de schaal is groot (AUM 3,86 miljard USD), wat doorgaans gunstig is voor spreads en continuïteit. VNQI heeft in de aangeleverde data een jaarlijkse dividendfrequentie en een dividendrendement (TTM) van 4,49%. Een jaarlijkse uitkering kan voor sommige vastgoedbeleggers minder prettig zijn wanneer men juist op maandelijkse of kwartaalcashflow stuurt, maar het blijft afhankelijk van uw bredere inkomensmix.
Spreiding en vastgoedlogica
Omdat VNQI buiten de VS belegt, krijgt u nadrukkelijk blootstelling aan andere vastgoedcycli dan die van Amerika. Dat kan risicospreiding geven binnen uw totale vastgoedallocatie. Tegelijk kan het betekenen dat uw rendement achterblijft wanneer de Amerikaanse markt langdurig beter presteert, of wanneer valuta tegenzit.
Belangrijkste risico’s voor vastgoedbeleggers
De kernrisico’s zijn valutarisico en regionale macro-economie. Daarnaast kan het vastgoedbeleid per land verschillen (huurregulering, belastingen, bouwbeleid), wat de winstgevendheid van vastgoedbedrijven beïnvloedt. VNQI is breed, maar kan alsnog langere periodes “vlak” presteren wanneer meerdere regio’s tegelijk met tegenwind te maken hebben.
Rang 1: VNQ (Vanguard Real Estate ETF)
Rendement: duidelijke winnaar op 10 jaar
VNQ staat bovenaan met een totale return van 75,26% over 10 jaar. Binnen deze vergelijking is dat het hoogste gerealiseerde lange termijn rendement.
Wat u koopt: Amerikaanse REIT’s en vastgoedbedrijven
VNQ volgt een brede Amerikaanse vastgoedindex. In de top 10 zitten onder meer Welltower, Prologis, American Tower, Equinix, Simon Property Group, Digital Realty en Realty Income. Dit zijn grote, liquide spelers in segmenten zoals zorgvastgoed, logistiek, telecom-infrastructuur en datacenters.
Kosten, uitkering en schaal
De kostenratio is 0,13%, laag en vergelijkbaar met VNQI. De schaal is zeer groot (AUM 64,03 miljard USD), wat doorgaans zorgt voor hoge liquiditeit. VNQ keert per kwartaal uit en heeft een dividendrendement (TTM) van 3,88%. Dividend is bij REIT’s belangrijk, maar blijft variabel en kan in een recessie of bij hogere financieringskosten onder druk komen.
Spreiding en concentratie
VNQ heeft 167 posities, minder dan VNQI, en de top 10 weegt samen circa 52,49%. Dit is de hoogste concentratie van de vier fondsen. Dat klinkt minder gespreid, maar het weerspiegelt ook de realiteit dat de Amerikaanse beursgenoteerde vastgoedmarkt sterk gedomineerd wordt door enkele zeer grote REIT’s. Het voordeel is vaak dat deze ondernemingen toegang hebben tot kapitaal en schaal, het nadeel is dat individuele grootheden meer invloed hebben op uw totaalrendement.
Belangrijkste risico’s voor vastgoedbeleggers
VNQ is sterk rentegevoelig en gevoelig voor de Amerikaanse vastgoedcyclus. Daarnaast hebben sommige topsegmenten (zoals datacenters en infrastructuur) hun eigen waarderingsdynamiek. Een hoger historisch rendement betekent niet dat het fonds in de komende jaren opnieuw de beste keuze is; het betekent vooral dat de Amerikaanse REIT-markt in de gemeten periode het sterkst heeft bijgedragen aan totale return.
Wat betekent dit voor vastgoedbeleggen en risicospreiding
Een REIT ETF is een vorm van indirect vastgoed: u belegt in beursgenoteerde vastgoedbedrijven die inkomsten halen uit huur en vastgoedexploitatie. Dat past vaak bij vastgoedbeleggers die geen zelfbeheer willen, maar wel cashflow zoeken.
Tegelijk blijven er belangrijke verschillen met niet-beursgenoteerd vastgoed. Beursgenoteerde REIT’s bewegen dagelijks mee met sentiment, renteverwachtingen en aandelenmarkten. Daardoor kan de koersvolatiliteit hoger zijn dan veel beleggers intuïtief verwachten bij “vastgoed”. Wie vooral rust en voorspelbaarheid zoekt, weegt daarom niet alleen rendement, maar ook uitkeringsritme, kosten, spreiding, valuta en de vraag of koersschommelingen acceptabel zijn binnen het totale vermogen.
In de praktijk zien wij dat veel vastgoedbeleggers hun spreiding opbouwen via meerdere routes: beursgenoteerde REIT’s via een broker, gecombineerd met niet-beursgenoteerde vastgoedfondsen (bijvoorbeeld SynVest, Corum Investments, Vondellaan, Fortus, waarbij de minimale inleg bij Fortus 100.000 euro is).
Voor het aanhouden van aandelen, ETF’s en REIT’s beleggen wij zelf via mexem; dit beleggingsplatform staat bekend als de beste en goedkoopste broker met lage kosten, veel gratis functionaliteiten, een groot aanbod aan beleggingen en uitstekende Nederlandse klantenservice die helpt bij het aanmaken van een beleggingsaccount.
Wie eerst rustig de basis wil begrijpen, kan daarnaast starten met onze Gratis cursus die te downloaden is op onze website.
Samenvattende conclusie: de ranglijst op 10-jaars totale return
Op basis van gerealiseerd rendement (totale return) over 10 jaar is de rangorde als volgt: IFGL op plaats 4, RWO op plaats 3, VNQI op plaats 2 en VNQ op plaats 1. Daarbij zien wij dat de winnaar (VNQ) het hoogste historische rendement combineert met lage kosten en zeer hoge schaal, terwijl VNQI in ruil voor wereldwijde spreiding buiten de VS een lager maar nog steeds degelijk langetermijnresultaat laat zien. RWO en IFGL worden zwaarder belast door hogere kosten en laten in deze dataset een lagere totale return zien.